Tag Archives: Eigen kijk

Las vacaciones son preciosas (Serie Preciosidades)

Las vacaciones son preciosas

Het is vakantie en god zal het geweten hebben. Kinderen, van klein tot einde middelbaar trekken de rem los en hupla, weg met uurroosters, routines en deftig eten. Elke dag een feestje. Ouders doen gewoon mee. Dit is Spanje, waar alles al ten minste 2 uur later gebeurt dan in de rest van Europa, maar in de vakantie verliest men werkelijk álle gevoel van tijdsbesef.

Frivole pubers treden uit hun voegen, als ze in het schooljaar al wakker blijven tot 12 à 1 uur ´s nachts, wordt dit in de vakantie makkelijk 2 à 3 uur. Uitgaan moét gewoon minstens tot de ochtenddauw, wanneer ze met rillend vel onder dons kruipen en zich de volgende dag met veel vertoon en zelfbeklag presenteren voor het middageten. Er is dan maar één arme ik in de wereld overgebleven. Om 8 uur ´s avonds staan ze fris en met nieuwe make-up te glinsteren, klaar voor een nieuwe night of their life.

Kinderen rapen dit patroon gewoon op bij hun ouders, die ook zelf vakanties ervaren als een tijd zonder tijd.  In de zomer is het niet ongewoon dat jonge kinderen tot na middernacht vrolijk maar oververmoeid rondkrossen, roepen en maar snoep en frisdranken blijven toegediend krijgen om ze van de volwassentafel weg te houden. Er is geen duidelijke hiërarchie tussen kind en ouder hier, maar voor de groten is het wel duidelijk dat ook zij een moment of their life aan het beleven zijn, en de kleine pagader maar moet mee draaien met die rollercoaster.

Nu, in de kerstvakantie, is dat niet anders. En met de onrust die al die cadeau´s, familiebijeenkomsten vol suikertantes,  en lange nachten te weeg brengt, beleeft Spanje een klein moment van anarchie, losbolligheid en gulheid.

Voor een courante toerist is het vast een hoogtepunt, alle clichés waarvan men maar kan dromen staan gezwollen: vrolijke en luidruchtige Spanjaarden die vrij met hun kinderen omgaan, gezang in de cafés, in de huizen en op straat,  geen spoor van een eenzaam mens. De kersttijd is druk gezellig.

De ochtend is stil in Spanje wanner het vakantie is.  Men slaapt zijn roes uit, kinderen grijpen naar hun tablet, pubers horen in hun slaap de whatsapps van vrienden die om raad vragen of een selfie hebben gepost, ouders keren zich met een houten kop nog eens grommend om.

Daarna geraakt alles weer in gang. Fris gedoucht, koffie, suiker voor de kinderen, en verse kleren. Het land kan zijn vrolijke eigen ik weer zijn. Nog tot 8 januari. Dan wordt het weer serieus. Met vroeg opstaan, moe op de schoolbanken zitten, hopen dat er op de rekening nog iets overblijft voor de rest van januari en als men dat geluk heeft; gaan werken.

Maar bon, het is vakantie. Dios heeft het gezien, en is de rest even vergeten.

Sarah De Vlam 29/12/2016

 

Column El Futuro es precioso

El futuro es precioso

Bommetjes vallen soms gewoon binnen. 1 op 5 Catalaanse jongeren studeert of werkt niet, 42% van de jongeren is werkloos, het gemiddelde loon van een jongere die werkt is 446 € per maand. ´t Viel zo de huiskamer binnen, als op een dienblaadje. Ik wist dat het erg was, niet dat het zo alarmerend kon geworden zijn. Maar het zijn de ruwe cijfers voor wie nog geen 30 is. De toekomst belooft in het zonnige Spanje.

15 jaar geleden was jong zijn, met een diploma op zak, een garantie en een zekerheid. Vroeg ontvoogden van mam en pap, rond de 30 met een leuke baan en behoorlijk inkomen kunnen beginnen denken aan de kids. De gemiddelde leeftijd waarop Catalaanse vrouwen nu kinderen krijgen is inmiddels 35. Mijn zoon zegt altijd dat ik een jonge mama ben, en het is waar. Ik sta daar op mijn 39ste als een jonkie aan de schoolpoort. En we staan er met veel. Moeten die mensen, mannen én vrouwen, dan niet werken?, vraag ik me soms af. 4u30 is toch geen vrijetijdsmoment? Maar waarom zou je een bijverdienste zoeken op onmogelijke uren als de opvang van je kind je per uur meer kost dan je eigen uurloon?

Nee, het gaat hier niet goed. Ik kijk sedert kort uit naar vast werk, 5 jaar anders leven was een boeiende en leerrijke ervaring, maar het mag weer gaan bougeren. En natuurlijk droom ik van een toffe job en een aanvaardbaar inkomen. Ik studeerde, ik heb sedert mijn 18e jobkes en serieus werk gedaan, ik spreek 5 Europese talen waarmee ik de halve wereld rond kan bellen. Hoop, dat is het woord waarmee ik en al die jongeren op zoek gaan naar een baan.

Het viel al snel tegen. Poetsen, opdienen, hotelwerk aan een hongerloon…, maken 90% uit van de werkoffertes.  In een ander nieuwsitem wordt vol trots gemeld dat men de 70 miljoen toeristen heeft overtroffen en dit Spanje´s grote inkomstenbron is. Werk zat, kuisen tot je er bij neervalt voor 5€ per uur, de deur naar straat altijd open als je protesteert. Dát is Spanje´s grote troef in 2016.

De andere 10% zijn jobs waar wél een diploma aan vast hangt. Een offerte voor landbouwingenieur: 40u werken, flexibel moeten zijn, 3 talen spreken, eigen wagen (en kosten), 1000€. Het fenomeen is hier gekend als de generatie van de mileuristas. Het is een offerte van een veeteeltbedrijf in de Pyreneeën. Wellicht zal de gediplomeerde en taalvaardige jongeling die deze job zal uitoefenen vooral als koerier werken tussen Spanje en Frankrijk. Rauw kalfsvlees de grens over brengen, dat wordt dan je toekomst na 4 jaar hard studeren. Je kan dat velletje diploma dus evengoed tussen de billen van een koe gaan steken.

Zal ik het zelf redden in Spanje? Wellicht wel. Migranten hebben vaak een extra veer – en overlevingskracht. Ze hebben een taal moeten verwerven, leerden zich aanpassen en hun nostalgie verbijten en begrijpen beter dat realiteiten veranderlijk zijn. Bezorgd ben ik meer over de Catalaanse en Spaanse jongeren,  te vaak nog in eigen bedje zoet. Maar vooral voor  wie hier wel die drijfveer heeft, die inzet toont, die ambitie koestert en die kwaliteiten heeft om het land terug op te krikken, en die desalniettemin het bommetje elke dag hoort vallen: een precieuze toekomst als verkoopster in de Corte Inglés tijdens de feestdagen, of erger, je kennis en talent nog niet eens aan de straatstenen kwijt geraken.

Sarah De Vlam ( “El Futuro es precioso” is een tekst uit de reeks “Preciosidades”, te lezen op www.lenguaypaisaje.info ) 14/12/2016©

Column Ser menor de edad es precioso

In de reeks columns Preciosidades staat dit artikel stil bij de tijdsinvulling van een groepje Spaanse tieners op een feestdag.

Ser menor de edad es precioso

Morgen is het 12 oktober en een vrije dag in Spanje. Men viert de nationale feestdag van Spanje, in de volksmond ook wel “el día del Pilar” of “día de la Hispanidad genoemd.” Terwijl Pilar refereert aan de patroonheilige van Spanje, en alle vrouwen met de naam María Pilar er een eigen naamfeestje aan mogen breien, herinnert het woord Hispanidad aan de ontdekking van Amerika op 12 oktober 1492 en het ontstaan van een Spaanstalige wereldgemeenschap. Het hoeft geen betoog dat deze feestdag zijn critici, sceptici en anti’s heeft zowel in Latijns-Amerika als in Spanje, maar voor de meeste Spanjaarden is het simpelweg een dag dat ze niet moeten gaan werken of naar school hoeven, een cadeau waar je niet kritisch over bent.

Zo ook voor mijn stiefdochter van 16, die een dagje Portaventura heeft gepland met wat vrienden. De uitstap naar het belangrijkste pretpark van Spanje vergde een  diccionaire aan whatsapps en veel schrik dat de maten de handdoek in de ring zouden gooien als het puntje bij het paaltje komt, maar ze kregen het georganiseerd, chapeau. Nu, voor één keer dat niemand op het laatste nippertje afhaakt, treft hen toch wel het lot dat het morgen zeer waarschijnlijk een regendag wordt. Geen algemene staking, gebrek aan regering of hittegolf legt het land plat, maar als het regent geraken de Spanjaarden hun kot niet uit.

Probeer eens een museum, dat is een goed alternatief en zo dóe je toch iets op je vrije dag – zo probeerde ik deze morgen met mijn eerste kop koffie in de hand en duidelijk nog niet scherp van gedachten. Mijn voorstel werd verwelkomd met een grijns en een blik van “denk je nu werkelijk dat ik voor mijn zestigste een museum ga binnenstappen?” Ach, ik ben wel begripvol, maar ik zou gewoon graag hebben dat mijn tiener wat ondernemender werd, wat nieuwsgieriger naar de wereld en de stad, dat ze zou gaan proeven van het ongekende en likken aan het nieuwe.

Hoe krijg je het venster van een tiener wijd open? Misschien moeten we de toegang tot musea maar verbieden voor minderjarigen, misschien dat net dat hun jonge vleugels zou doen klapperen van pril en ondeugend enthousiasme om eens een schilderij te gaan bekijken.

Sarah De Vlam©2016

Manifest Koiné: de taalkwestie in Catalonië

De taalkwestie in Catalonië

De taalkwestie in Catalonië is een heikel punt in de samenleving en een beladen thema. Taal is vaak nauw verbonden met de ontvoogding van een regio, ook in Catalonië, maar haar tweetalige statuut en samengestelde bevolking maken dit extra complex. Waarom?

Tweetaligheid of taalstrijd?  

In het dagelijkse leven in Catalonië wordt er Catalaans én Spaans gesproken. Omdat het gros van de autochtone bevolking tweetalig is en 99% Spaans kent, is er puur communicatief gezien geen probleem. Beide talen zijn ook officieel, wat inhoudt dat men zich er ook administratief gezien op kan beroepen. Zowel Catalaans als Spaans zijn een basisrecht, al stelt de Spaanse Grondwet[1] dat iedereen Spaans moet kennen. Straffe verhalen over Spanjaarden die weigeren Catalaans te leren of Catalanen die weigeren je in het Spaans aan te spreken zijn goede (en waargebeurde) anecdotes voor een krantenartikel, maar weerspiegelen niet de realiteit van vreedzaam samenleven.

Een van de belangrijkste vraagstukken bij de bepleiters van een onafhanklijke Republiek Catalonië is de taal: behoudt men de tweetaligheid of gaat men in de toekomst volop voor het Catalaans? Het Manifest Koiné, een publicatie uit 2015, was onlangs onderwerp van een parlementair debat in Catalonië en is een pleidooi voor een eentalig Catalonië, zo suggereert de titel van het document:  Voor een waarachtig proces van taalkundige normalisatie in een onafhankelijk Catalonië[2]. Door taalkwestie naar het halfrond te brengen,  kreeg het debat de vorm van een taalstrijd met een politiek karakter.

Taalgrens wordt landsgrens en vice versa

De groep Koiné [3] ziet in het Catalaans een sociaal bindmindel voor alle inwoners van de regio. Omdat taal nu eenmaal zo nauw verweven is met identiteit, zou het logisch zijn dat iedereen zich op termijn identificeert met het Catalaans, en dat kan alleen door de officialiteit van het Spaans af te schaffen.  Men beroept zich op het feit dat Catalaans de enige echte taal van de regio is, want het Spaans werd  geïmporteerd en opgedrongen. Men moet daarom, van zodra dat kan, opnieuw de taalgrens koppelen aan de landsgrens.

Opnieuw, want volgens het Manifest, werden beide grenzen ten onrechte van de kaart geveegd door de Spaanse overheersing vanaf 1714. Toen verloor Catalonië al haar statuten en werd het Spaans opgelegd als administratieve taal. Maar vooral de 20ste eeuw, en met name de dictatuur van Franco, legde de definitieve strop rond de taal. Zij zien een eentalig Catalonië daarom niet als een vernauwing van een pluralistische maatschappij, maar wel als een historische correctie.

Een bedreigde taal?

Om te begrijpen waar de wortels liggen van deze argumentatie moeten we even terug in de tijd. Catalaans is de endogene taal van de regio, ontstaan in de 12e eeuw en eeuwenlang de voertaal, zowel tussen de mensen onderling als op politiek administratief niveau. In 1714[4] verloor Catalonië het voorrecht om het Catalaans te gebruiken als officiële taal. Catalaans leefde nadien vooral verder in de rurale gebieden. Het geïndustralieerde en stedelijke Catalonië adopteerde het Spaans tot in de hoogste kringen. Bovendien kende de welvarende regio in de 19e eeuw een eerste golf van Spaanse economische immigranten. Onder invloed van het romanticisme en het verlangen om terug te keren naar de roots van een natie – met taal als symbool voor de eigen identiteit –  , ontstond er evenwel een Catalaanse Verlichting, de Renaixença genaamd: een groep van Catalaanse intellectuelen, schrijvers en kunstenaars, die de taal vanonder het stof haalden en terug naar de stad en het academische leven brachten. Catalaans werd tijdens de Tweede Republiek (1931-1939) opnieuw een officiële taal, en niet onbelangrijk, ook de onderwijstaal. De dictatuur van Franco maakte echter hardhandig komaf met die prille emancipatie. Een feit dat gedurende 39 jaar zwaar bewaakt werd. In die periode verhuisden nog eens 2,5 miljoen Spaanstaligen naar Catalonië. In 1978, met Spanje als parlementaire democratie,  verwierf Catalonië het statuut van officiële tweetaligheid en sedert 1992 is Catalaans de onderwijstaal in het officiële onderwijs. Men schat dat een derde van de bevolking Catalaans als moedertaal[5] heeft. In zeer vele gevallen zijn families volstrekt tweetalig, een feit dat te verklaren valt door de veelvuldige gemende partnerrelaties.

Een gesubsidieerde taal

Verschillende instellingen, waaronder de Consorci de la Normalització Lingüística, l’ Institut d’Estudis Catalans en , l’Institut Ramón LLull bestuderen, bewaken en propageren het Catalaans. En men kan tegenwoordig (vrij goedkoop) op zeer veel plaatsen Catalaans als 2e  of vreemde taal studeren, flink gesubsidieerd door de lokale overheid. Catalaans is heden niet meer de boerentaal  waar ze ooit toe verbannen werd, maar werd de voorbije decennia de taal van een begoede en goed opgeleide middenklasse, een groep die ook beschikt over de intellectuele vermogens van de regio. Spaans als voertaal is nu vooral de taal van de lagere klassen en de immigranten.

Taalrealisme en -opportunisme verhinderen een nieuwe taalrealiteit         

Dat het Catalaans zich meer dan behoorlijk hersteld heeft, is pure taalrealiteit. Dat de dragers van de taal tegelijkertijd de “eigenaars” zijn van een taalpolitiek die steeds meer gewicht legt bij het Catalaans, is een garantie voor haar voortbestaan en verspreiding. Het onderwijs in het Catalaans zal er op (vrij korte) termijn voor zorgen dat de groep Spaans- of anderstaligen die de taal nog niet machtig zijn, steeds kleiner zal worden. Een maatschappij die jobkansen verbindt aan talenkennis, maakt van een taal ook een economisch instrument, en de bevolking is daar niet naïef in.

Toch is de taalrealiteit, de steeds dominantere positie van het Catalaans (zeker als het om kwaliteitsvolle opleidingen en jobs gaat), niet hetzelfde als taalrealisme. De helft van de bevolking heeft als moedertaal Spaans en identificeert zich nog sterk met Spanje. Immigranten – 20% van de bevolking- ,  waaronder ook de meeste Europeanen, hebben de neiging eerst (en vaak alleen) Spaans te leren.  In Barcelona en de toeristische gebieden overheerst het Spaans of is ze in ieder geval de eerste communicatietaal. Idem voor de meeste grote bedrijven.  Zelfs de uitheemse voetballers van één van de grootste symbolen voor de Catalaanse identiteit, FC Barcelona, drukken zich na jaren in de club nog steeds uit in het Spaans (een voorbeeld: Messi woont al sedert 2000 in Catalonië maar heeft zich op een persconferentie nog niet één keer uitgedrukt in het Catalaans). Het taalrealisme dwingt ertoe toe te geven dat er in het Catalaanse taalbeleid dus nog heel wat hiaten zitten, omdat het Spaans nodig blijft als communicatietaal. Dit taalopportunisme is wellicht de grootste rem op de slaagkansen van het Catalaans als instrument voor de sociale cohesie, zoals het Manifest bepleit.

Eentaligheid opdringen kan een stap zijn om die ambigüiteit weg te nemen. Volgens het Manifest is dat de enige weg. De bevolking is er, net zoals het parlement, verdeeld over. Wil het Catalaans afgeraken van haar positie als salontaal, dan moet ze zeker eerst als “naturel” ervaren worden door vrijwel iedereen. Maar dan zal ze ook bevrijd moeten worden van haar minderwaardigheidscomplex, alsook de durf hebben zich als volwaardig op te stellen. We zijn pas zo ver de dag dat Messi het goede voorbeeld geeft.   (Sarah De Vlam©2016)

Interesseren de Cataluña en de Catalaanse kwestie je? Neem ook eens een kijkje op www.lenguaypaisaje.info, een website die Catalonië in de kijker zet en nog meer columns bevat over de Catalaanse kwestie.

[1] REFERENTIE: Artikel 3 van de Spaanse Grondwet stelt dat het Spaans door alle Spanjaarden gekend moet zijn.  “Artículo 3 El castellano y las demás lenguas españolas 1. El castellano es la lengua española oficial del Estado. Todos los españoles tienen el deber de conocerla y el derecho a usarla. 2. Las demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas Comunidades Autónomas de acuerdo con sus Estatutos. 3. La riqueza de las distintas modalidades lingüísticas de España es un patrimonio cultural que será objeto de especial respeto y protección.” Bron: Constitución Española, 2015.

[2] Vertaling vanuit het Catalaans. Originele titel: PER UN VERITABLE PROCÉS DE NORMALITZACIÓ LINGÜÍSTICA A LA CATALUNYA INDEPENDENT

[3] De groep Koiné is in 2015 opgericht door een groep voorname Catalaanse taalkundigen die zich zorgen maken over de toekomst van het Catalaans. Hun belangrijkste verwezenlijking is het Manifest Koiné, ondertekend door ruwweg 250 literaire en taalkundige invloedrijke persoonlijkheden. Eind maart 2016 vormde de tekst het thema van een parlementair debat, waarna de verschillende politieke partijen zich verplicht zaken een uitspraak te doen over de taalkundige toekomst van een virtueel onafhankelijk Catalonië.

Manifest_Koine

[4] In 1714 verloren de Catalanen in de successieoorlog met Spanje. De Catalanen hadden als nieuwe kroonkandidaat voor Spanje een federalist gesteund, terwijl de meeste Spanjaarden aanhangers waren van een kandidaat die het centralisme aanhing (Felips V). Na die nederlaag werd een decreet uitgevoerd, de Nueva Planta, waarin alle Catalaanse instellingen werden afgeschaft en ook de taal verboden werd in de admininstratie.

[5] 31% van de Catalaanse bevolking beschouwt Catalaans als de moedertaal ten opzichte van 55,1% die Spaans als hun moedertaal beschouwt. Bron: Ara, 17/4/2016, Dossier Informe sobre la Llengua, pp 6-17.

Serie Preciosidades (3). El perdón es precioso.

El perdón es precioso

Tres días después de que salieran las fugas de los “Papeles de Panamá” todo el mundo ha vuelto a su posición de juego, y así también Messi, sobredorado jugador del Barça. Todos sabemos que no hay modo de frenar a estos lobos, que cuando ya tienen el estómago a tope, siguen con hambre. Ni siquiera son dignos del mundo de los animales,  en el que la ley es la ley, y un estómago lleno un momento de relevo para las presas. Lo único que tienen estos tipos en común con lo animalesco es que no conocen remordimiento, ni moral, ni memoria.

Las personas que figuran en la lista panameña son de una naturaleza subnormal, pero no son los únicos. También se puede decir de los que aplauden a un jugador que le puede dar con toda la libertad del mundo una bofetada a un adversario sin ser echado del césped. Así fue celebrado el compañero del fraudulento número 10 tras marcarle dos goles al Atlético y ganar el partido. En este combate, el agresor que consigue la victoria es lo único que queda recordado, todo lo demás está indultado.

Al entrenador del Atlético  tampoco le queda más remedio que perdonar a su equipo por haber perdido, y también lo tendrá que hacer con Torres, que tras dos agresiones y un gol fue mandado a los vestuarios. El perdón sirve. Volverán a ganar.

Y así 80 000 hinchas en el Camp Nou y otros millones de aficionados delante de la tele perdonaron con gran aplauso a un bailarín futbolístico que les roba el dinero, y a un goleador innato que incita a la violencia tolerada.

Esto no es perdón. Es la pura impunidad, debido a la inmunidad de uno y la ignorancia de los demás.

Sarah De Vlam©2016