Category Archives: Catalonië Actueel

Regelmatig een bericht uit Catalonië in de kijker

La Garrotxa

Novedad: viaje a la Garrotxa verano 2017

Lengua y Paisaje tiene para el verano 2017 un nuevo destino de viaje lingüístico y paisajista: la Garrotxa. Es otra joya en medio de unas muy verdes montañas en el interior de Cataluña.

garrotxa

Como en todos nuestros viajes se combinarán las actividades lingüísticas con visitas culturales, mucha naturaleza, senderismo, contacto con la gente local y una convivencia en grupo durante 7 días.

Esta vez tenemos a la vista una estupenda casa rural en medio de las montañas, ¡con piscina!

En el programa incluimos:

– volcanes de la Garrotxa,

– visita al patrimonio románico de la zona,

– vuelta en bicicleta por una antigua vía de trenes,

– lago de Banyoles

– visita guiada a Girona

– descubrir Olot

– actividades para practicar la lengua

Este viaje será físico y hay que estar en forma y querer caminar.

Está abierto para todos los niveles de castellano, sólo adultos, y también están bienvenidas las parejas no hispanohablantes.

Tenemos 8 plazas y ya 4 reservas, así que, no tardéis en contactarnos si os interesa.

Las fechas: 22 al 29 de julio 2017

Aeropuerto: Girona

Régimen:  Media pensión

Folleto: folleto-viajes-linguisticos-2017

Contacto: lasaritah@yahoo.es

Portada folleto lingüístico verano 2017

 

 

 

Manifest Koiné: de taalkwestie in Catalonië

De taalkwestie in Catalonië

De taalkwestie in Catalonië is een heikel punt in de samenleving en een beladen thema. Taal is vaak nauw verbonden met de ontvoogding van een regio, ook in Catalonië, maar haar tweetalige statuut en samengestelde bevolking maken dit extra complex. Waarom?

Tweetaligheid of taalstrijd?  

In het dagelijkse leven in Catalonië wordt er Catalaans én Spaans gesproken. Omdat het gros van de autochtone bevolking tweetalig is en 99% Spaans kent, is er puur communicatief gezien geen probleem. Beide talen zijn ook officieel, wat inhoudt dat men zich er ook administratief gezien op kan beroepen. Zowel Catalaans als Spaans zijn een basisrecht, al stelt de Spaanse Grondwet[1] dat iedereen Spaans moet kennen. Straffe verhalen over Spanjaarden die weigeren Catalaans te leren of Catalanen die weigeren je in het Spaans aan te spreken zijn goede (en waargebeurde) anecdotes voor een krantenartikel, maar weerspiegelen niet de realiteit van vreedzaam samenleven.

Een van de belangrijkste vraagstukken bij de bepleiters van een onafhanklijke Republiek Catalonië is de taal: behoudt men de tweetaligheid of gaat men in de toekomst volop voor het Catalaans? Het Manifest Koiné, een publicatie uit 2015, was onlangs onderwerp van een parlementair debat in Catalonië en is een pleidooi voor een eentalig Catalonië, zo suggereert de titel van het document:  Voor een waarachtig proces van taalkundige normalisatie in een onafhankelijk Catalonië[2]. Door taalkwestie naar het halfrond te brengen,  kreeg het debat de vorm van een taalstrijd met een politiek karakter.

Taalgrens wordt landsgrens en vice versa

De groep Koiné [3] ziet in het Catalaans een sociaal bindmindel voor alle inwoners van de regio. Omdat taal nu eenmaal zo nauw verweven is met identiteit, zou het logisch zijn dat iedereen zich op termijn identificeert met het Catalaans, en dat kan alleen door de officialiteit van het Spaans af te schaffen.  Men beroept zich op het feit dat Catalaans de enige echte taal van de regio is, want het Spaans werd  geïmporteerd en opgedrongen. Men moet daarom, van zodra dat kan, opnieuw de taalgrens koppelen aan de landsgrens.

Opnieuw, want volgens het Manifest, werden beide grenzen ten onrechte van de kaart geveegd door de Spaanse overheersing vanaf 1714. Toen verloor Catalonië al haar statuten en werd het Spaans opgelegd als administratieve taal. Maar vooral de 20ste eeuw, en met name de dictatuur van Franco, legde de definitieve strop rond de taal. Zij zien een eentalig Catalonië daarom niet als een vernauwing van een pluralistische maatschappij, maar wel als een historische correctie.

Een bedreigde taal?

Om te begrijpen waar de wortels liggen van deze argumentatie moeten we even terug in de tijd. Catalaans is de endogene taal van de regio, ontstaan in de 12e eeuw en eeuwenlang de voertaal, zowel tussen de mensen onderling als op politiek administratief niveau. In 1714[4] verloor Catalonië het voorrecht om het Catalaans te gebruiken als officiële taal. Catalaans leefde nadien vooral verder in de rurale gebieden. Het geïndustralieerde en stedelijke Catalonië adopteerde het Spaans tot in de hoogste kringen. Bovendien kende de welvarende regio in de 19e eeuw een eerste golf van Spaanse economische immigranten. Onder invloed van het romanticisme en het verlangen om terug te keren naar de roots van een natie – met taal als symbool voor de eigen identiteit –  , ontstond er evenwel een Catalaanse Verlichting, de Renaixença genaamd: een groep van Catalaanse intellectuelen, schrijvers en kunstenaars, die de taal vanonder het stof haalden en terug naar de stad en het academische leven brachten. Catalaans werd tijdens de Tweede Republiek (1931-1939) opnieuw een officiële taal, en niet onbelangrijk, ook de onderwijstaal. De dictatuur van Franco maakte echter hardhandig komaf met die prille emancipatie. Een feit dat gedurende 39 jaar zwaar bewaakt werd. In die periode verhuisden nog eens 2,5 miljoen Spaanstaligen naar Catalonië. In 1978, met Spanje als parlementaire democratie,  verwierf Catalonië het statuut van officiële tweetaligheid en sedert 1992 is Catalaans de onderwijstaal in het officiële onderwijs. Men schat dat een derde van de bevolking Catalaans als moedertaal[5] heeft. In zeer vele gevallen zijn families volstrekt tweetalig, een feit dat te verklaren valt door de veelvuldige gemende partnerrelaties.

Een gesubsidieerde taal

Verschillende instellingen, waaronder de Consorci de la Normalització Lingüística, l’ Institut d’Estudis Catalans en , l’Institut Ramón LLull bestuderen, bewaken en propageren het Catalaans. En men kan tegenwoordig (vrij goedkoop) op zeer veel plaatsen Catalaans als 2e  of vreemde taal studeren, flink gesubsidieerd door de lokale overheid. Catalaans is heden niet meer de boerentaal  waar ze ooit toe verbannen werd, maar werd de voorbije decennia de taal van een begoede en goed opgeleide middenklasse, een groep die ook beschikt over de intellectuele vermogens van de regio. Spaans als voertaal is nu vooral de taal van de lagere klassen en de immigranten.

Taalrealisme en -opportunisme verhinderen een nieuwe taalrealiteit         

Dat het Catalaans zich meer dan behoorlijk hersteld heeft, is pure taalrealiteit. Dat de dragers van de taal tegelijkertijd de “eigenaars” zijn van een taalpolitiek die steeds meer gewicht legt bij het Catalaans, is een garantie voor haar voortbestaan en verspreiding. Het onderwijs in het Catalaans zal er op (vrij korte) termijn voor zorgen dat de groep Spaans- of anderstaligen die de taal nog niet machtig zijn, steeds kleiner zal worden. Een maatschappij die jobkansen verbindt aan talenkennis, maakt van een taal ook een economisch instrument, en de bevolking is daar niet naïef in.

Toch is de taalrealiteit, de steeds dominantere positie van het Catalaans (zeker als het om kwaliteitsvolle opleidingen en jobs gaat), niet hetzelfde als taalrealisme. De helft van de bevolking heeft als moedertaal Spaans en identificeert zich nog sterk met Spanje. Immigranten – 20% van de bevolking- ,  waaronder ook de meeste Europeanen, hebben de neiging eerst (en vaak alleen) Spaans te leren.  In Barcelona en de toeristische gebieden overheerst het Spaans of is ze in ieder geval de eerste communicatietaal. Idem voor de meeste grote bedrijven.  Zelfs de uitheemse voetballers van één van de grootste symbolen voor de Catalaanse identiteit, FC Barcelona, drukken zich na jaren in de club nog steeds uit in het Spaans (een voorbeeld: Messi woont al sedert 2000 in Catalonië maar heeft zich op een persconferentie nog niet één keer uitgedrukt in het Catalaans). Het taalrealisme dwingt ertoe toe te geven dat er in het Catalaanse taalbeleid dus nog heel wat hiaten zitten, omdat het Spaans nodig blijft als communicatietaal. Dit taalopportunisme is wellicht de grootste rem op de slaagkansen van het Catalaans als instrument voor de sociale cohesie, zoals het Manifest bepleit.

Eentaligheid opdringen kan een stap zijn om die ambigüiteit weg te nemen. Volgens het Manifest is dat de enige weg. De bevolking is er, net zoals het parlement, verdeeld over. Wil het Catalaans afgeraken van haar positie als salontaal, dan moet ze zeker eerst als “naturel” ervaren worden door vrijwel iedereen. Maar dan zal ze ook bevrijd moeten worden van haar minderwaardigheidscomplex, alsook de durf hebben zich als volwaardig op te stellen. We zijn pas zo ver de dag dat Messi het goede voorbeeld geeft.   (Sarah De Vlam©2016)

Interesseren de Cataluña en de Catalaanse kwestie je? Neem ook eens een kijkje op www.lenguaypaisaje.info, een website die Catalonië in de kijker zet en nog meer columns bevat over de Catalaanse kwestie.

[1] REFERENTIE: Artikel 3 van de Spaanse Grondwet stelt dat het Spaans door alle Spanjaarden gekend moet zijn.  “Artículo 3 El castellano y las demás lenguas españolas 1. El castellano es la lengua española oficial del Estado. Todos los españoles tienen el deber de conocerla y el derecho a usarla. 2. Las demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas Comunidades Autónomas de acuerdo con sus Estatutos. 3. La riqueza de las distintas modalidades lingüísticas de España es un patrimonio cultural que será objeto de especial respeto y protección.” Bron: Constitución Española, 2015.

[2] Vertaling vanuit het Catalaans. Originele titel: PER UN VERITABLE PROCÉS DE NORMALITZACIÓ LINGÜÍSTICA A LA CATALUNYA INDEPENDENT

[3] De groep Koiné is in 2015 opgericht door een groep voorname Catalaanse taalkundigen die zich zorgen maken over de toekomst van het Catalaans. Hun belangrijkste verwezenlijking is het Manifest Koiné, ondertekend door ruwweg 250 literaire en taalkundige invloedrijke persoonlijkheden. Eind maart 2016 vormde de tekst het thema van een parlementair debat, waarna de verschillende politieke partijen zich verplicht zaken een uitspraak te doen over de taalkundige toekomst van een virtueel onafhankelijk Catalonië.

Manifest_Koine

[4] In 1714 verloren de Catalanen in de successieoorlog met Spanje. De Catalanen hadden als nieuwe kroonkandidaat voor Spanje een federalist gesteund, terwijl de meeste Spanjaarden aanhangers waren van een kandidaat die het centralisme aanhing (Felips V). Na die nederlaag werd een decreet uitgevoerd, de Nueva Planta, waarin alle Catalaanse instellingen werden afgeschaft en ook de taal verboden werd in de admininstratie.

[5] 31% van de Catalaanse bevolking beschouwt Catalaans als de moedertaal ten opzichte van 55,1% die Spaans als hun moedertaal beschouwt. Bron: Ara, 17/4/2016, Dossier Informe sobre la Llengua, pp 6-17.

Serie preciosidades. “El tiempo es precioso”

Preciosidades

Deze reeks columns behandelt actuele thema´s uit Spanje (en in het bijzonder de Catalaanse Pyreneeën, waar de teksten op gebaseerd zijn) vertrekkende van het anecdotische.

“El tiempo es precioso” is de eerste tekst in reeks en stelt het lokale onderwijsbeleid in vraag. Spanje wordt niet bepaald geroemd om zijn excellente onderwijs, en ik heb als Belgische, vele vraagtekens hieromtrent omdat ik merk dat de effectiviteit van “naar school gaan” vanaf het middelbare onderwijs, pijnlijk laag ligt. “Mi tiempo es precioso” is een uitspraak van een opgroeiende adolescente in La Seu  d’Urgell  die ondanks haar rebelse gedrag au fond verlangt naar stimulansen om te studeren en iets te bereiken in het leven, maar deels door de houding van de school, bot vangt.

El tiempo es precioso

Twee dagen uitsluiting na verwittiging drie. Het is de strafmaat die la niña overkwam, een meisje van bijna zestien, die het te bont maakte op school. La niña heeft een stoute bek, is altijd te laat en spant zich nauwelijks in, t’is al jaren met de hakken over de sloot. t Is ook een crac, vooral in wiskunde en fysica, de toekomst belooft. Eerst de luie en brutale kantjes afvijlen. Door twee vrijdagen thuis te zitten, meent de school. Ma of pa-lief moeten daarvoor verlof nemen, zodat la niña geen twee dagen voor tv zit, non-stop whatsapps stuurt naar haar vriendinnen in de klas, of tot twaalven in haar bed blijft hangen. Aan de uitsluiting is immers niets verbonden; een opstel, een goed werk, een taak… íets wat zou kunnen helpen om dat stoute mondje te snoeren of wat ijverigheid te kweken. Iets wat la niña zou helpen. Want daar gaat het toch om? Ingrijpen in het gedrag, niet in de persoon. Een volkomen onzinvolle ingreep dus, die uitsluiting; twee dagen rust voor de leraars die la niña wellicht niet meer kunnen zien of rieken, en bingo voor het eigen palmares van de rebelse tiener.
Het zou niet misstaan om het mondje van la niña af en toe met zeep te wassen, maar het kind is niet dom of ongevoelig en heeft en veroorzaakt geen grote problemen. In de vakantie verlangt ze zelfs naar school. Want school mag dan verwachtingen koesteren naar haar tienerende etters, het is ook andersom zo. Terwijl de school geen verblijf weet met de irritante en opstandige houding van onze niña, heeft zij op haar beurt vooral het gevoel dat ze haar precieuze tijd aan het verdoen is omdat de school aan haar leergierigheid geen invulling kan geven. Leraars die op de tablet zitten, vakken die niet meer inhouden dan het afspelen van een film – week na week -, oersaaie handboeken, enge visies bij sociale onderwerpen, … en veel straffen die de allemaal de bal missen.
La niña is geen engeltje en school zal wel niet de hel zijn die ze beschrijft. En aan het gevoel dat je niet optimaal kan genieten van je jeugd, kan je ook zelf iets doen. Ledemaat smartphone snoeren, bijvoorbeeld. Dingen dóen in plaats van hele godganse dagen te lummelen. Leren dat je “precious time” twee woorden zijn; eentje die je niet kan veranderen, en het andere dat je zelf betekenis moet geven. Twee dagen thuis zitten is daar geen goede defeniniëring van, alleen maar naar The Gladiator kijken tijdens de les Latijn, evenmin. Spijtig, want “time flies” en daarmee ook de talenten die onze jongeren hard nodig zullen hebben voor later, wanneer de precieuze tijd pas echt karig wordt.
Sarah De Vlam©2016-02-03 La Seu d’Urgell

Piojos en el Parlamento

Het Spaanse Parlement is sedert de verkiezingen van 20 december een kleurrijke abanico, maar nog lang geen sierlijk opwaaiende pauwestaart. Geen enkele van de 4 grote partijen (PP, PSOE, Podemos en Cuidadanos) verwierf genoeg stemmen om solo te regeren, al staan ze alle 4 te watertanden. Helaas, men moet een akkoord weten te bereiken tussen 2 groten en enkele kleintjes om een meerderheid te bereiken. Maar rechts wil het links radicalere broertje Podemos uit het kleurenpalet, links onder elkaar combineert niet goed, de nacionalisten erkennen alleen hun eigen kleuren, en in het belangrijke Catalonië zijn ze inmiddels wél tot een akkoord gekomen en worden de trompetten gepoetst om straks de onafhankelijkheid te bezingen… In Madrid zit de boel dus vast. Er wordt gefluisterd dat er nieuwe verkiezingen in aantocht zijn. Rajoy, die zich met een miljoen stemmen minder, toch opwierp als grote overwinnaar, is nu al begonnen met campagne voeren: Spanje moet gered worden uit de klauwen van een mogelijk links progressief beleid – stel dat Podemos en PSOE het toch eens worden – want dát is de ware ondergang van de democratie, de eenheid en de economie van het land.
Dat de PP maar één mogelijke vaargeul ziet om de natie te loodsen, symboliseert ook de polemiek over de vrolijke haardos van Alberto Rodríguez, de kersverse volksvertegenwoordiger van Podemos die de eeuwige lente van de Islas Canarias inruilde voor het kille Madrid. Rodriguez kreeg vanwege Celia Villalobos (PP) commentaar over zijn dreadlocks: “als die man zich wast is het ok, maar ik wil geen luizen.” De vergelijking tussen Rodriguez´ ragebol en de parasieten is sedertdien niet meer uit de mediadebatten weg te denken, zelfs de Huffington Post wijdde een artikel aan de jongeman die het van indignado tot parlementariër schopte.
Met de discussie of een “bob marley look” nu al dan niet passend is in het stijve decorum van het halfrond houdt men ons al menige weken zoet. Voor Rodriguez en zijn partij is dit ongetwijfeld een prachtig politiek cadeau. Podemos is er in geslaagd de pluraliteit van het volk vertegenwoordigd te zien op het hoogste niveau: wat je op straat ziet, kan nu ook in het Parlement. Wij staan niet boven het volk, maar zijn het volk. De Spanjaarden, moe van de vele bedriegers in maatpak, zijn daar niet ongevoelig voor.
Het hoeft echter geen betoog dat de recente excentriteiten van Podemos voornamelijk een performance zijn. Net zoals men achter de ongelukkige opmerking van Villalobos de berg vooroordelen ziet waarmee sommige conservatieve politici andersdenkenden misprijzen.
De ware parasieten in het halfrond zijn echter diegenen die de kans op slagen tot het vormen van een behoorlijke regering belemmeren, en haar kiezers maar blijft beschouwen als een stelletje idioten dat niet verder kan kijken dan een plastron of een 30tal dreadlocks.
Er zijn wel genoeg andere redenen om met de handen in het haar te zitten dan een paar luizen in het Parlement.

26 januari 2016
Sarah De Vlam

Downlaod de leesoefening “Interview met Alberto Rodriguez”

ejercicio de lectura C1 Alberto Rodriguez